Essay: Are we not our ancestors? Een intergenerationeel gesprek met anti-Zwartracisme-activisten

Delen? Kies Je Platform!

Auteurs: Sherilyn Deen en Princess Attia

Gedurende de Nederlandse golf van Black Lives Matter-protesten in de zomer van 2020, in solidariteit en in connectie met de beweging in de Verenigde Staten, werden ook nieuwe catchphrases overgenomen, omarmd en vertaald. Bij de demonstraties in Amsterdam (op de Dam en Bijlmer), Hoorn en Leiden stonden demonstranten met zelfgemaakte protestborden, waarop teksten te lezen waren zoals: ‘Asians in solidarity with Black lives’, ‘Jews 4 Black lives’, ‘sick of this shit’ en ‘We are not our ancestors, we will fuck you up’. Hold up, we are not what? In reflectie op de protesten was het vooral de laatste leus die in onze gedachten bleef rondspoken. Anti-zwart racisme, structurele ongelijkheid en onderdrukking is iets dat inderdaad niet alleen onze generatie raakt, maar al generaties lang Zwarte levens heeft beïnvloed. Ook het protest en verzet tegen dit systeem is onlosmakelijk verbonden met de generaties voor ons, en elke generatie doet dit op haar eigen manier, binnen haar mogelijkheden. Wat betekent het in die context om te stellen: ‘We are not our ancestors’? Is dit niet onbedoeld misleidend of verwarrend? Wat betekent dit voor verschillende generaties die anno 2021 nog strijden voor rechtvaardigheid; is er tussen hen wel voldoende connectie, uitwisseling en kennisoverdracht? In zoektocht naar antwoorden op deze vragen besloten we op dinsdag 22 juni 2021 samen te komen voor een gesprek met een groep mensen die zich op verschillende manieren en met veel toewijding inzetten tegen anti-Zwart racisme, afkomstig uit verschillende generaties. We spraken 2,5 uur lang met Ernestine Comvalius, Eardly van der Geld, Nawal Mustafa, Daryll Landbrug en Lakiescha Tol over hun visie op de slogan, wat we kunnen leren van andere generaties en hoe we hierop voortbouwen. De tijd vloog voorbij. Het werd een avond vol helende gesprekken, nieuwe inzichten en inspiratie over solidariteit, het delen van kennis en het belang van onderzoek doen.

Ernestine Comvalius (66) heeft 22 jaar als manager en directeur in kunstsector gewerkt, onder andere als directeur van het Bijlmer Parktheater. Ze is een activist van de jaren zeventig en tachtig, was onder andere betrokken bij de oprichting van Surinaamse Studentenorganisaties in 1973, maar hield zich destijds ook bezig met solidariteitsacties voor bijvoorbeeld Molukse en Turkse gemeenschappen, en mondiale sociale bewegingen die streden tegen de Vietnamoorlog en de dictatuur in Chili. Ernestine is inmiddels met pensioen en veel aan het schrijven.

Eardly van der Geld (62) is voorzitter van Stichting het Wereldpodium in Tilburg en Stichting Gedeeld Verleden, Gezamenlijke Toekomst Tilburg, waarmee hij de herdenking op 1 juli organiseert. Hij woonde in Suriname en Curaçao, en is zich al vroeg in gaan zetten voor jonge Antillianen die naar Nederland kwamen. Eardly heeft een boek geschreven getiteld ‘Curaçaos Bloed’.

Nawal Mustafa (36) werkt als PhD-onderzoeker aan de Vrije Universiteit, waar ze onderzoek doet naar de regulatie van gemengde relaties in het Verenigd Koninkrijk. Ze is daarnaast mede-oprichter van S.P.E.A.K., een collectief voor en door moslimvrouwen.

Daryll Landburg (35) is jongerenwerker en nummer 5 op de lijst van politieke partij BIJ1 tijdens de Tweede Kamerverkiezingen van 2021. Hij geeft ook trainingen over dekolonisatie en zet zich op intersectionele wijze in tegen racisme, seksisme, homofobie en andere vormen van uitsluiting en onderdrukking.

Lakiescha Tol (20) heeft zich ingeschreven voor de opleiding Politics, Psychology, Law and Economics (PPLE) aan de Universiteit van Amsterdam en start in het studiejaar 2021/2022 met het bachelorprogramma. Samen met twee anderen startte ze een petitie om het onderwijssysteem te veranderen, en na meer dan 60.000 handtekeningen werd een motie in de Tweede Kamer aangenomen om racisme en discriminatie verplicht te behandelen op scholen. Lakiescha werkt nu aan de uitvoering van dit curriculum met de organisatie Zetje In.

Als ik niet mijn ancestor ben, wie ben ik dan? 

Bij aanvang van het gesprek is het meteen al duidelijk dat de leus ‘we are not our ancestors, we will fuck you up’ bij alle aanwezigen slecht valt. Hoewel er in het heetst van de strijd en bij hoog opgelopen emoties natuurlijk weleens dingen gezegd worden waarop we achteraf anders terugkijken, vinden Lakiescha en Daryll deze specifieke uitspraak ontzettend respectloos. Daryll geeft aan een gesprek te zijn aangegaan hierover met zijn moeder, zoals hij wel vaker doet wanneer er iets niet goed voelt, die hem de terechte vraag stelde:

“Zij zei letterlijk van: als ik niet mijn ancestor ben, wat ben ik dan wel? En toen ik dat antwoord kreeg, ja, toen had ik ook zoiets van, ja, wat ben ik dan inderdaad?”

Toch willen Ernestine en Eardly beiden een kanttekening plaatsen. De betekenis van het eerste gedeelte van de leus, ‘we are not our ancestors’, is persoons- en contextgebonden. Ernestine, die op dit moment werkt aan een fictieverhaal, heeft de leus gebruikt voor een wit personage in haar boek. Haar personage wil daarmee heel bewust zeggen: ‘Ik ben mijn voorouders niet, ik heb andere dromen, en ik maak andere keuzes dan zij.’ Deze intentie kan natuurlijk ook anders zijn, stelt Eardly. Het statement ‘ik ben mijn voorouders niet’, gesteld door een wit persoon, kan ook juist een manier zijn om onder verantwoordelijkheid uit te komen, door te benadrukken dat je in het heden niets met geschiedenis en de acties en keuzes van jouw voorouders te maken zou hebben.

Er zijn dus verschillende manieren om de leus te interpreteren, maar tijdens het gesprek is wel meteen duidelijk dat het erg pijnlijk is voor alle deelnemers om te zien dat iemand als Zwart persoon zichzelf zou proberen te distantiëren van de voorouders. Voor Nawal, die een Somalische achtergrond heeft, is dat helemaal niet te bevatten, omdat in de Somalische gemeenschap kennis over voorouders extra belangrijk is. Via de (achter)namen van vaders, opa’s en overgrootopa’s leer je over je familiegeschiedenis. Nawal is hier enerzijds kritisch op en vraagt zich af waarom dit ook niet geldt voor de vrouwelijke lijn van voorouders, maar vindt het mooi dat wel wordt benadrukt dat je niet alleen in de wereld staat, en dat er aandacht is voor waar je uit bent voortgekomen. Daryll en Ernestine weten beiden uit eigen ervaring dat dit ook binnen de Molukse gemeenschap een belangrijke rol speelt. Uitspraken die Ernestine heeft gehoord die stellen dat de vorige generatie(s) niets hebben gedaan, zouden dan ook onacceptabel zijn binnen deze gemeenschappen. Ernestine vindt dat terecht en legt uit:

“Je brengt verdeeldheid, je bouwt niet. Iemand zei het al: je staat op elkaars schouders, en dat negeer je. Terwijl, je hebt die kracht van die voorouders gewoon nodig, want anders lijkt het alsof het een hopeloze strijd is. Zoals mijn generatie en daarboven het ook hard nodig hebben om te zien dat die lijn doorgaat. Die manier van denken is zo… ik kan eventjes het juiste begrip er niet voor vinden, maar het is zeker niet holistisch en het is zeker niet vanuit ontwikkeling gedacht.”


Beeld: #BlackLivesMatter protestborden collectie: collection.theblackarchives.nl

Drie generaties anti-Zwartracisme-activisten: voor en na de golf van de Black Lives Matter-demonstraties 

Hoe komt het dan toch dat dergelijke uitspraken gedaan worden en wat kunnen we juist leren van de verschillende generaties? Wat maakt ze verschillend en uniek, en welke lessen trekken we daaruit? Wanneer we Ernestine en Eardly horen spreken, onderdeel van ‘generatie X’, valt vooral op hoe grensoverschrijdend ze te werk gingen, door in solidariteit te staan met verschillende gemarginaliseerde groepen in Nederland, maar ook wereldwijd. Voor Ernestine, die naar eigen zeggen weer ‘helemaal jong wordt’ terwijl ze vertelt, was dit tekenend voor de context van de jaren zeventig en tachtig. Ze waren destijds niet alleen bezig met wat zich in Nederland afspeelde, maar leefden in de tijd van de Vietnamoorlog en de dictatuur in Chili. Daarnaast zochten de Surinaamse groepen verbindingen met andere progressieve organisaties in Nederland, zoals Marokkaanse, Turkse, Ethiopische en Molukse organisaties, die ook te lijden hadden onder racisme en politiegeweld. Ze vormden samen een antifascistische beweging, die massaal demonstreerde tegen het opkomende fascisme in die tijd. Volgens Ernestine zouden de racistische uitspraken van vandaag de dag, door leden van de PVV en andere rechtse politici, in de jaren zeventig en tachtig hebben geleid tot massale protesten.

Eardly herinnert zich dat het erg moeilijk kon zijn om aandacht en begrip te krijgen voor de problemen die er waren, voornamelijk buiten de Randstad. Daar is in Tilburg wel verandering in gekomen, maar destijds werd je vaak niet serieus genomen en weggewuifd. Het op poten zetten van categoriaal beleid[1] was een belangrijke stap voor hem in de jaren zeventig. Hiermee kwam er subsidie om maatschappelijke problemen voor verschillende groepen aan te pakken:

“Sommige dingen die we deden werkten heel goed. We hebben er toch door kunnen krijgen dat Antilliaanse jongeren werden geholpen door maatschappelijke helpers van Antilliaanse afkomst, want we hebben heel duidelijk aangetoond dat er vertrouwen moest zijn, dat ze in hun eigen taal worden aangesproken. Dus we hebben ‘Antilliaans zijn’ bestempeld als een expertise. Dit is een succes geweest, want later gebeurde dat ook voor de Marokkaanse en Turkse gemeenschappen en bij allerlei groepen die een afstand hadden tot de arbeidsmarkt en sociale omgeving.”

Zowel Eardly als Ernestine erkent dat er in die tijd nog veel minder informatievoorziening was, vergeleken met de stroom aan informatie nu. Desondanks bestond er ook binnen generatie X de sterke drang om meer te weten over de voorgangers, zo vertelt Ernestine:

“We deden zelf onderzoek naar onze voorgangers, we zaten zelf in de archieven. We waren niet allemaal historici, maar wij deden dat, zaten bij IISG [Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis in Amsterdam], en zo ontdekten we dat in de jaren dertig er ook Caribische mensen waren die een eigen blad hadden: Bond van Suriname. Zij zagen het fascisme van Hitler groeien en waarschuwden daarvoor, en Anton de Kom was erbij! Onwetendheid is begrijpelijk, maar je kan er zelf wat aan doen.”

Lakiescha, Nawal en Daryll luisteren aandachtig naar de verhalen van generatie X en vinden de mate van solidariteit en verbinding inspirerend, iets dat ze vandaag de dag nog weleens missen. Ook zij hebben duidelijke ideeën over hun eigen generaties. Zo vindt Daryll dat ‘zijn’ generatie Y goed doorheeft dat er sprake is van trauma’s die geheeld moeten worden, en daarbij ook kracht haalt uit het verleden. Nawal vindt het wel lastig om te zien dat er sprake lijkt te zijn van grotere fragmentatie, terwijl zij zich juist in brede zin verbonden voelt met verschillende gemeenschappen:

“Ik voel mij verbonden met verschillende gemeenschappen, de moslimgemeenschap en de Zwarte gemeenschappen. Dat vind ik meteen ook kenmerkend van onze generatie: we zeggen dat we intersectioneel zijn, maar in de praktijk weten we niet altijd hoe we dat moeten vertalen en hoe we dat moeten doen. Tegelijkertijd is er ook een bepaalde hunkering om ergens bij te horen: een grijpbaar een duidelijk label waarbinnen je in kan navigeren. Maar de wereld is zo gefragmenteerd, en via social media krijgen we zoveel mee van de verschillende strijden waar we ons hard voor willen maken. Fragmentatie komt in mij op, misschien iets meer dan bij de generatie voor ons, omdat de informatie direct beschikbaar is. Je ziet direct wat er gebeurt in Amerika als het gaat om politiedoden, direct wat er gebeurt in Nigeria met #StopSarsNow. Ook in mijn land van herkomst, als het gaat om politieke gebeurtenissen. Ik probeer ook altijd te delen waarom het belangrijk is voor Somaliërs om je uit te spreken voor BLM, omdat wij ook binnen Zwarte gemeenschappen niet altijd zichtbaar zijn, omdat onze problemen en geschiedenis net wat anders door religie en andere dingen.”

Lakiescha groeide op in een klimaat waarin discriminatie en racisme veel aandacht kreeg in de media. Voor Lakiescha en haar generatiegenoten was het redelijk gemakkelijk om informatie over racisme en dekolonisatie te vinden. Op sociale media lijkt generatie Z zich stevig uit te spreken tegen institutioneel racisme en andere vormen van uitsluiting. Op demonstraties op onder andere de Dam, het Nelson Mandelapark en het Stadhuisplein waren veel jonge twintigers te zien.

“Als ik denk aan mijn generatie [Z], dan komt performativiteit ook bij mij naar boven. Ik heb veel te danken aan social media, don’t get me wrong, maar ik zie ook de nadelen ervan. Bijvoorbeeld dat gedoe met dat zwarte vierkant. Dan wordt het soort van tick-offbox: ik heb het gedaan, I am done for today. We zijn een jaar verder en er is niet zoveel veranderd. Ik denk als het gaat om protesten, het is ook cool om naar een protest te gaan van ‘kijk mij hier’.”

Lakiescha zegt dit niet om haar generatiegenoten te disrespecten, maar ze wil graag dat we ook aan zelfreflectie doen en kritisch zijn op ons eigen gedrag en dat betekent dat we voorbij die ‘leegte’ moeten komen. Nawal ziet dit juist ook als iets om te koesteren voor de volgende generatie. Omdat deze generatie is opgegroeid in een Nederland met een brede anti-Zwartracismebeweging, dragen ze al vroeg veel kennis bij zich. Daarnaast vindt ze het belangrijk dat deze generatie ook jong en onbezorgd moet kunnen zijn:

“Ik heb jonge broertjes en zusjes en daarvan herken ik veel van wat Lakiescha zegt. Ze zijn geïnteresseerd, ze gaan mee naar demonstraties en events, ze geven presentaties op school over dit soort onderwerpen. Mijn zusje ging al op de middelbare school in op de beeldspraak van docenten. Dan zei ze: waarom associeer je iets zwarts met iets negatiefs. Ik had dat niet gedurfd, daar kunnen we van leren. Maar ze zijn ook bescheiden en soms hebben ze ook de behoefte om gewoon te gaan studeren en een gewoon leven te leiden. Ik denk ook doordat er al tien à vijftien jaar over racisme in Nederland wordt gesproken, dat de jongeren dit mee hebben gekregen, uit Amerika maar ook hier – ik heb het dan puur over Zwarte jongeren. Ze doen het geïntegreerd, activisme is al een onderdeel van hun zijn, ze hebben geen label meer nodig. Ze hebben meer ruimte en een claim op scholier zijn en gewoon kunnen chillen. Ik vind die social media savviness heel inspirerend.”

Waarom overdracht van generatie op generatie broodnodig is

De verschillende generaties voelen zich verantwoordelijk voor de volgende generaties. Ze voelen zich verantwoordelijk voor het delen van kennis en belangrijke lessen en willen ook graag emotioneel beschikbaar zijn voor de jongere generatie. Heeft generatie Y kunnen voortborduren op het werk van generatie X? Zoals generatie Z dat doet?

“Wij [generatie X] stopte precies wanneer zij [generatie Y] geboren werden of klein waren. Wat we niet hebben gedaan, is overdracht. Dat is nu gaande, hier en met The Black Archives. Er is een hiaat, maar het heeft ook te maken met migrant zijn waardoor continuïteit altijd een probleem is.”

Desondanks is er uiteindelijk wel een nieuwe beweging tegen anti-Zwart racisme op gang gekomen, en Eardly is nieuwsgierig naar wie de jongere generaties de ‘schuld’ geven van hun activisme. Hebben hun ouders daarin een rol in gespeeld, of juist niet? Eardly geeft aan dat hij deze vraag ook stelt met het oog op overdracht naar de komende generaties.

In de antwoorden op de vraag van Eardly zijn wat overeenkomsten te vinden, maar ook wat verschillen. Als Nawal hardop analyseert welke ervaringen hebben geleid tot haar activisme staat ze nadrukkelijk stil bij hoe haar moeder destijds is behandeld in de opvangcentra’s in de jaren negentig in Nederland. Ze omschrijft haar activisme als iets waar ze nooit zelf bewust voor heeft gekozen, maar dat ze er ingerold is omdat “het leven is zoals het i”s. Daarmee haalt Nawal een belangrijk punt aan: daar waar activisme voor sommige Nederlanders een keuze is, is het voor anderen noodzakelijk en zelfs onvermijdelijk, omdat het leven vaak bestaat uit een aaneenschakelingen van momenten waarin mensen uit gemarginaliseerde groepen worden onderschat en genegeerd. Soms kan het alleen maar ruimte innemen en opeisen in een witte omgeving als persoon van kleur zijn al een activistische daad is.

Zowel bij Lakiescha en Daryll zijn de zaadjes van bewustwording en activisme geplant door hun ouders. Daryll’s vader zette platen op van artiesten zoals Gil Scott-Heron, Dionne Warwick, Fela Kuti en Ella Fitzgerald, muziek met sterk politiek geladen teksten, geïnspireerd door sleutelfiguren als Malcolm X, Huey Newton, Fred Hampton en Nina Simone. Lakiescha vertelde dat haar moeder haar op jonge leeftijd al bewust maakte van vooroordelen en privileges. Ernestine benadrukt de rol en de functie van de grootouders in de overdracht naar de volgende generaties:

“Grootouderschap is een belangrijke functie, daar begint de overdracht. Het gaat om je levenshouding, gevoel voor recht en onrecht en daar bouw je op voort of je er voor kiest om politiek actief te worden of niet, misschien word je activist, maar het gaat om die basisnorm.“

Eardly stemt zichtbaar in met de kanttekening die Ernestine plaatst en vult aan dat het niet alleen gaat om de overdracht an sich, maar ook om het vermogen te hebben en te behouden om interventies te blijven plegen op de omgeving van de volgende generaties. Hij benadrukt dat we er ook voor moeten zorgen dat de wereld en omgeving van volgende generaties zich bewuster wordt van ongelijkheid en onrecht, zodat ook de omstandigheden waarin zij opgroeien veranderen:

“Dat schip gaat naar de kant toe, maar als wij er niet voor zorgen dat het schip de hele tijd geduwd wordt, dan kan het alsnog botsen tegen de kant aan, dus wij moeten blijven duwen.”

Naast het blijven duwen zijn de onderlinge uitwisseling en samenwerking tussen verschillende generaties, gemeenschappen en geloofsovertuigingen inspirerend en noodzakelijk voor radicale en structurele veranderingen in Nederland.

De dialoog voortzetten en aansluiting vinden 

Uitwisseling tussen verschillende generaties levert waardevolle inzichten op, leidt tot veel inspiratie en zorgt voor een stukje heling. Door vaker naar elkaar te luisteren en stil te staan bij onze overwinningen creëren wij hernieuwde energie en verbintenissen, daar was dit gesprek een voorbeeld van. Op deze manier voorkomen we dat in de toekomst waardevolle kennis verloren gaat en er opnieuw een cut-off ontstaat tussen generaties. Wat hierbij belangrijk is, is dat we wel de juiste tools en middelen hebben om die verbondenheid en connecties te blijven bevorderen en te laten groeien. Daarbij is taal belangrijk, en begrip voor de context waarin elke generatie keuzes maakt en handelt naar de mogelijkheden die er op dat moment zijn. We moeten weten hoe en via welke kanalen we elkaar kunnen vinden, welke taal we kunnen gebruiken om elkaar aan te spreken, zodat dat we op die manier niet alleen de voorlopers aantrekken, maar een brede dialoog aangaan. De deelnemers stelden ons hier ook terechte vragen over: hoe toegankelijk en aantrekkelijk is de term ‘intergenerationele dialoogsessie’ eigenlijk? Kunnen we niet beter spreken over ‘een gesprek tussen generaties’ of het ‘leggen van connecties tussen generaties’? De catchphrase ‘We Are Not Our Ancestors’ heeft, ondanks de problematische ondertoon, er in elk geval wel voor gezorgd dat zo’n gesprek heeft plaatsgevonden, waarin ook connecties zijn gelegd en verdiept. Hierin werd bovenal duidelijk dat de uitspraak zelf in elk geval niet klopt: alle generaties zijn namelijk onlosmakelijk met elkaar verbonden, en zullen dat altijd blijven. We are our ancestors, without them we are nothing.

Zwart Manifest – Op Weg Naar Zwarte Emancipatie
In juni 2020 gingen meer dan 50.000 mensen de straat op in alle provincies van Nederland tijdens de #BlackLivesMatter protesten. De afgelopen tien jaar is er met de anti-zwarte piet beweging een beweging ontstaan die een vuist heeft gemaakt tegen institutioneel en anti-zwart racisme. Het besef groeit dat ook Nederland worstelt met zijn eigen erfenis van het koloniale verleden en dat dit aangepakt moet worden.

HET ZWART MANIFEST 
Vanuit deze beweging is 
het Zwart Manifest ontstaan: een ‘levend document’ met concrete adviezen en eisen van en voor Zwarte gemeenschappen over het aanpakken van racisme en ongelijkheid in verschillende sectoren zoals het onderwijs, de arbeidsmarkt en kunst en cultuur. Lees het via: www.zwartmanifest.nl.

De strijd om diepgewortelde structuren van ongelijkheid te doorbreken is een veelzijdige strijd en strekt zich uit tot alle terreinen van het maatschappelijk leven.Hoe kunnen we diepgewortelde structuren van ongelijkheid doorbreken? Wat is de rol van kunstenaars, creatievelingen en schrijvers om verandering teweeg te brengen? Hoe kunnen we samen de beweging in gang houden om het Zwart Manifest te manifesteren?

Het manifesteren van het manifest
Kunstenaars Chimira Obiefule, Rossel Chaslie en het duo Jonathan Hoost en Youandi  hebben op een creatieve manier uiting gegeven aan het manifest. Schrijvers Akú Anan, Bart Krieger, Jillian Emanuels, Mungayende Helene Christelle, Phaedra Haringsma, Princess Attia & Sherilyn Deen schreven vanuit verschillende perspectieven over Zwarte gemeenschappen in Nederland. 
Het ruimtelijk ontwerp is gemaakt door Setareh Noorani en Jelmer Teunissen. 

De expositie is het resultaat van de open call ‘Manifesting Systemic Change Through Creative Waves’, georganiseerd door Nederland Wordt Beter, New Urban Collective/The Black Archives en Black Queer & Trans Resistance NL in samenwerking met BAK, basis voor actuele kunst, Utrecht.

Van 27 oktober t/m 16 januari 2021 is de expositie ‘Black Manifesto: het manifesteren van verandering’ te bezoeken bij OSCAM in Amsterdam Zuidoost. Lees alle essay’s via www.zwartmanifest.nl.


[1] Categoriaal beleid houdt in dat op Rijks- en gemeenteniveau afspraken gemaakt kunnen worden voor inwoners uit een bepaald land, een bepaalde regio of een bepaalde bevolkingsgroep omdat er behoefte is aan specifieke begeleiding.