Inleiding

Musea en culturele instellingen hebben decennialang bijgedragen aan het (re)produceren van koloniale beeldvorming en het negatieve narratief over Zwarte mensen en mensen van kleur. Zwarte kunstenaars en professionals zijn in de culturele sector sterk ondervertegenwoordigd in kunstcollecties, personeelsbestanden en als ontvangers van subsidies. De kunst- en cultuursector in Nederland slaagt er onvoldoende in om Zwarte gemeenschappen en gemeenschappen van kleur te bereiken. Dit moet veranderen. Kunst en cultuur moeten van en voor ons allemaal zijn.

Algemeen

A.1> Culturele voorzieningen dienen binnen handbereik te zijn voor Zwarte gemeenschappen.

A.2> Meerstemmigheid moet de norm worden in kunst en cultuur in plaats van witte of eurocentrische perspectieven.

A.3> Investeer in kennis over Zwarte historie, kunst en cultureel erfgoed zodat een completer beeld van de Nederlandse geschiedenis ontstaat.

A.4> Creëer in het cultuurbestel ruimte voor een Zwarte culturele canon.

A.5> Nederland dient zich ook internationaal als multi-etnische samenleving te presenteren in alle culturele evenementen en uitingen.

Herstel

H.1> Indien er sprake is van geroofde kunst en cultureel erfgoed, moeten regelingen getroffen worden zodat de kunst op veilige wijze in eigendom en beheer teruggegeven kan worden aan de rechtmatige eigenaren. Bij gebruik moet er een bruikleenovereenkomst op gelijkwaardig niveau komen. Pas met toestemming van het land van herkomst, en waar mogelijk de kunstenaar, kan er een 3D kopie of replica gemaakt worden.

H.2> Er moet in de kosten tegemoet gekomen worden voor goed onderhoud en beheer van geroofde kunstobjecten in het land van herkomst. Een onafhankelijke beoordelingscommissie moet hierover adviseren. Deze moet divers zijn en met vertegenwoordiging uit de betrokken gemeenschappen en landen.

H.3> Historische figuren moeten in de juiste historische context geplaatst worden. Indien ze misdaden tegen de menselijkheid hebben begaan, mogen ze niet verheerlijkt worden als helden en voorbeelden voor de Nederlandse maatschappij.

H.4> Standbeelden van historische figuren die zich hebben schuldig gemaakt aan koloniale misdaden, moeten uit de publieke ruimte en straatbeeld verwijderd worden.

Organisatie

O.1> Musea en culturele instellingen dienen Zwarte professionals op alle niveaus van de organisatie aan te nemen en instellingen dienen te zorgen voor een veilige en inclusieve werkomgeving.

O.2> Organisaties die subsidie ontvangen om in achtergestelde wijken aan de slag te gaan, dienen getoetst te worden op hoe inclusief ze zijn en op impliciete vooroordelen in de organisatie.

O.3> Bij het verlenen van subsidies moeten organisaties op gelijkwaardige basis samenwerkingen aangaan met de lokale organisaties en makers. Bij het opzetten van subsidiecriteria moeten de identiteit en de methodieken van Zwarte culturele instellingen, gezelschappen en kunstenaars meegenomen worden.

Educatie

E.1> Investeer in centra voor de emancipatie van Zwarte jongeren, waar zij hun talenten kunnen ontwikkelen.

E.2> In achtergestelde wijken evalueren nieuw op te richten bewonerscommissies de kwaliteit en resultaten van met overheidssubsidie gerealiseerde projecten.

E.3> Er dienen ruimtes beschikbaar gesteld te worden waar Zwarte bewoners elkaar kunnen ontmoeten en gezamenlijke (culturele) activiteiten kunnen ontplooien.

E.4> Personeel van culturele instellingen dient getraind te worden in meerstemmigheid, bewustzijn over het koloniale verleden en de erfenis ervan, wit privilege en antiracisme.

E.5> Er dienen fysieke ruimtes te komen van Zwarte culturele instellingen, gerund door Zwarte culturele leiders, zodat diversiteit meer wordt dan alleen integratie.